Als de overheid niet snel ingrijpt in de forensische psychiatrie is de kans op nieuwe incidenten, zoals de moord op Anne Faber, groot. Dat schrijft GGZ Nederland in een brandbrief aan de Tweede Kamer, die morgen debatteert over de situatie in de tbs-klinieken en andere forensische instellingen.
Die situatie is ronduit zorgwekkend, waarschuwt GGZ Nederland. Corine de Ruiter, hoogleraar forensische psychologie aan de universiteit van Maastricht, zegt in De Telegraaf dat zij zich hierover niet verbaast. De problematiek in de kliniek in Den Dolder waar Michael P. zat is volgens haar typerend voor de problemen in de forensische zorg. Die kampt met zware onderbezetting, een groot verloop onder het personeel, een hoog ziekteverzuim en een verlammende bureaucratie.

Het probleem speelt al vele jaren. Destijds kwam de commissie Visser na parlementair onderzoek met een rapport met aanbevelingen. Er werd onder andere gepleit voor betere opleidingen voor de behandelaars. Deze werken namelijk met patiënten met de meest uiteenlopende stoornissen en complexe problematiek. Het vereist dan zeer veel kennis om de juiste beslissingen te kunnen nemen met betrekking tot resocialisatie. Die kennis is er volgens De Ruiter niet meer. Personeel brandt na enkele jaren volledig op en er is te weinig geld om voldoende nieuwe medewerkers op te leiden. Ook vakbond FNV maakt zich ernstig zorgen. Een daarbij aangesloten medewerker van de Van Mesdag-kliniek klaagt dat er veel te jonge behandelaars worden aangenomen. De personeelsomvang daalt voortdurend en mensen zitten de helft van hun tijd achter beeldschermen om administratie weg te werken. Voor de patiënten blijft niet meer dan 50 minuten therapie per week over. Dat maakt het onmogelijk om een band op te bouwen, wat belangrijk is om de patiënt te kunnen begrijpen. De kans dat patiënten opnieuw de fout ingaan, is volgens het FNV-lid aanmerkelijk groter geworden. “Er gaan nu patiënten met verlof waarbij niet alleen ik, maar ook het management grote vraagtekens zet.”

Share This